Postduiven in oorlog en vrede

Postduiven in de Eerste Wereldoorlog 

Als onze duiven tegenwoordig al eens de landelijke pers halen, is dat vaak in negatieve zin. Bij een rampvlucht zijn duizenden duiven omgekomen. Op uitgebreide schaal vinden duivendiefstallen plaats. De dieren staan stijf van de doping. Stadsduiven zouden verwilderde postduiven zijn. En de dierenbescherming is overal tegen…

Dat was vroeger wel anders. Toen waren duiven nog helden! Het wonderbaarlijke vermogen van deze dieren om vanuit een willekeurige plaats pijlsnel het eigen hok terug te kunnen vinden, werd behalve voor wedvluchten voor diverse andere doeleinden toegepast. Zeker in het tijdperk voor de telecommunicatie werden duiven heel vaak ingezet als postbode, in vredestijd maar vooral in oorlogstijd. 

Heldenduif

Zo werd de Franse heldenduif Vaillant op 4 juni 1916 losgelaten op fort Vaux tijdens de slag bij Verdun, met in een kokertje de volgende boodschap: Wij bezwijken langzamerhand onder gasaanvallen. We moeten dringend ontzet worden. Dit is mijn laatste duif. Getekend, commandant Raynal.

De duif keerde echter meteen terug in het fort omdat er te veel gas hing. Een tweede poging lukte wel en hoewel het fort uiteindelijk toch in Duitse handen viel, herinnert een monument ter plaatse nog altijd aan de duif Vaillant die vergiftigd door het gas stervend zijn hok binnenviel. De vogel ontving postuum medailles, werd opgezet en kreeg een plekje in het Franse legermuseum. 

Militair

Postduiven speelden een belangrijke rol in de Eerste Wereldoorlog, de oorlog waarin Duitsland onder leiding van keizer Wilhelm een jarenlange poging deed flinke stukken van Europa te annexeren. Deze oorlog wordt wel gezien als de eerste ‘moderne’ oorlog: modern wapentuig, massavernietigingen, ook op zee en in de lucht. Nederland bleef afzijdig, maar dat gold niet voor bijvoorbeeld België en Frankrijk. Hier vonden vreselijke veldslagen plaats. Het werd een vuile loopgravenoorlog met vele honderdduizenden slachtoffers. Pas toen de Amerikanen en de Canadezen zich ermee gingen bemoeien trokken de Duitsers zich terug.  

Alle strijdende partijen hadden goed georganiseerde militaire duivendiensten met uitgebreide stations op de hoofdkwartieren en verspreid over het land, en met veel goed opgeleid personeel. De Franse regering had bijvoorbeeld in Parijs een duivenstation ingericht voor maar liefst 25.000 duiven. Elk legerkorps kreeg een detachement van 500 postduiven en elke vesting die kans liep te worden ingesloten kreeg 1000 duiven toegewezen 

Loopgraven

Naar ruwe schatting zijn in de Eerste Wereldoorlog meer dan 100.000 duiven gebruikt, waarvan zo’n 95% het meegestuurde bericht ook daadwerkelijk heeft afgeleverd. Dit hoge succes-percentage was het gevolg van twee eigenschappen van de postduif: enerzijds dat wonderlijke vermogen om altijd het thuishonk terug te vinden (ook als dat verplaatst werd), anderzijds de hoge vliegsnelheid. Zelfs voor een scherpschutter viel het niet mee er een uit de lucht te halen. Sommige roofvogels hebben daar minder moeite mee. In de loop van de oorlog werden dan ook valken en haviken naar het front gebracht om duiven neer te halen.

Duif wordt losgelaten in een Belgische loopgraaf

De Eerste Wereldoorlog had een tamelijk statisch karakter, dat wil zeggen dat het front waar gevochten werd, zich weinig verplaatste. Daardoor konden postduiven makkelijk worden ingezet. Ze werden uit hun hok gehaald en in mandjes zover mogelijk naar de eerste linie vervoerd, door cavalerie, wielrijders en door manschappen te voet, tot in de voorste loopgraven. Ook op patrouillediensten nam men duiven mee, of op zee, en zelfs in tanks en in vliegtuigen. Men deed een bericht, bijvoorbeeld over vijandelijke troepen of een noodkreet om hulp, in een kokertje aan de poot van de duif en liet deze los. De duif vloog terug naar zijn hok waar men kennisnam van de boodschap en zo mogelijk gepaste maatregelen trof.

De duiven deden hun klus vaak onder gevaarlijke omstandigheden: beschietingen, bombardementen. Juist onder die hectische oorlogsomstandigheden had je ze nodig omdat telefoon en telegraaf dan menigmaal onbruikbaar waren. 

   

Duiven werden ook gebruikt om berichten te verzenden vanaf onderzeeërs...

 

...of vanuit tanks!

Voorbeelden

Tenslotte een paar voorbeelden om een idee te geven van de schaal waarop duiven werden ingezet.

Vanuit neergestorte vliegtuigen brachten postduiven in totaal 717 berichten over. Soms kon de vliegenier van zo’n vliegtuig nog worden gered als de duivenpost op tijd het hoofdkwartier bereikte.

Bij de slag aan de Aisne-Marne (1914) werden door de Fransen 72 duiven ingezet, die in totaal 78 belangrijke berichten overbrachten.

Gedurende het offensief van Meuse-Argonne in 1918 werden 442 duiven gebruikt; zij leverden 403 berichten af.

Bij de belegering van fort Souville tijdens de Slag bij Verdun in 1916 kregen de benarde Fransen door een duif de melding dat de Duitsers zich in een bepaald ravijn concentreerden. Hierdoor konden de Fransen die stormloop in de kiem smoren.

Elke Duitse divisie beschikte over een groot, mobiel hok met 200 vogels en vier verzorgers. Deze duivenstations werden zo min mogelijk verplaatst.

Toen de Duitsers in 1914 België bezetten, namen zij meteen alle Belgische postduiven in beslag, meer dan 1 miljoen duiven… 

In het volgende artikel meer over die verplaatsbare hokken.

Kamp Beverloo, een Belgisch militair duivenstation


 

Top